Wat met een niet-concurrentiebeding bij de foutieve beëindiging door de begunstigde/opdrachtgever?

Mag een opdrachtgever na een onrechtmatige beëindiging van de overeenkomst beroep doen op het contractuele niet-concurrentiebeding? Het Hof van Beroep te Antwerpen stelt van niet in een recente beslissing.
Niet-concurrentiebedingen in dienstverleningsovereenkomsten
Niet-concurrentiebedingen, waarbij de dienstverlener zich ertoe verbindt om geen concurrerende activiteiten uit te oefenen, beschermen de commerciële belangen van de opdrachtgever in dienstverleningsovereenkomsten. De dienstverlener kan in principe immers zowel tijdens als na de overeenkomst directe concurrentie voeren met de opdrachtgever.
Als uitzondering op de vrijheid van ondernemen, wordt een niet-concurrentiebeding streng beoordeeld. Zo mag het o.a. de vrijheid van ondernemen niet onevenredig beperken en mag het niet tot gevolg hebben dat de dienstverlener niet meer in staat zou zijn om zichzelf in een behoorlijk levensonderhoud te voorzien.
Bij gebreke aan een algemene wettelijke regeling, heeft de rechtspraak invulling gegeven aan de geldigheidcriteria voor niet-concurrentiebedingen. Zo dient een geldig niet-concurrentiebeding te voldoen aan de volgende voorwaarden:
- beperking van verboden activiteiten: alleen activiteiten die direct concurrerend zijn met deze van de onderneming die het beding inroept kunnen worden uitgesloten;
- beperking in de tijd: de werking van het beding moet beperkt worden tot hetgeen noodzakelijk is in het licht van de situatie; en
- beperking in de ruimte: de werking van het beding moet beperkt worden tot een redelijke en exact omlijnde regio.
Of de beperkingen qua tijd, ruimte en verboden activiteiten te verregaand zijn, dient in concreto te worden getoetst, waarbij een rechter kan oordelen dat het niet-concurrentiebeding gedeeltelijk buiten toepassing moet worden verklaard (bijkomende beperking in de tijd, ruimte of van de verboden activiteiten).
Wat met een foutieve beëindiging van de overeenkomst door de opdrachtgever?

In een opmerkelijk arrest oordeelde het Hof van Beroep te Antwerpen dat een niet-concurrentiebeding geen uitwerking kon hebben indien de voortijdige beëindiging van de overeenkomst te wijten was aan de fout van de opdrachtgever. De dienstverlener hernam bijgevolg , los van het niet-concurrentiebeding, zijn recht om concurrentie te voeren met de opdrachtgever. Hoewel de beslissing werd genomen in de context van een distributieovereenkomst, lijkt deze breed toepasbaar op dienstverleningsovereenkomsten.
De beoordeling van een niet-concurrentiebeding blijft echter maatwerk, waarbij de concrete omstandigheden van de beëindiging in rekening moeten worden genomen. In het verleden nuanceerde het Hof van Cassatie immers dat het niet-concurrentiebeding niet ‘steeds’ buiten toepassing moet worden gelaten bij de onrechtmatige beëindiging van de overeenkomst door de begunstigde.
Hoe kunnen wij u helpen?
Als advocatenkantoor gespecialiseerd in ondernemingsrecht ondersteunen wij ondernemingen bij:
- de redactie van robuuste niet-concurrentiebedingen; en
- een risico-analyse van de werkbaarheid van een niet-concurrentiebeding in de concrete omstandigheden.
Wenst u het niet-concurrentiebeding uit uw (standaard) overeenkomst te laten doorlichten of heeft u een concreet conflict over de toepassing ervan? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek. Wij denken mee vanuit zowel de juridische als de zakelijke realiteit om uw onderneming te ondersteunen.
Pieter-Jan Aerts
De Langhe Advocaten
