Close

17 juni 2016

Transfer pricing, een nieuwe saga?

Door de internationalisering van het ondernemingsverkeer maken ondernemingen gebruik van de verschillen die er bestaan tussen belastingsystemen uit verschillende landen. Zo gebeurt het wel eens dat internationale ondernemingen winsten uit landen met een zware belastingdruk verplaatsen naar landen met een lagere belasting. Deze winstverschuivingen worden “Base Erosion and Profit Shifting” genoemd of kortweg “BEPS”.

Een methode om winstverschuivingen te bewerkstelligen is transfer pricing. Stel, onderneming A maakt 50 euro winst op de koop en verkoop van een goed, maar A is gevestigd in een land met hoge belastingdruk. Daarom koopt verbonden onderneming B, gevestigd in een land met lage belastingdruk, eerst het goed aan en verkoopt het met 25 euro winst aan A. Vervolgens verkoopt ook A het goed met 25 euro winst. Door de tussenplaatsing van B onttrekt men dus 25 euro winst aan de hoge belastingdruk van onderneming A.

Actiepunt 13 van het BEPS-rapport

De OESO heeft op 5 oktober 2015, 15 rapporten afgeleverd met daarin 15 actiepunten om winstverschuiving tussen verbonden ondernemingen te voorkomen. Het actiepunt 13 bespreekt de verrekenprijsdocumentatie en de land per land rapportering. Dit actiepunt is ingevoerd om administraties in de mogelijkheid te stellen om meer gerichte transfer pricing controles door te laten voeren. De documentatieverplichting voor ondernemingen valt uiteen in 3 rapporten: het land per land rapport, het master bestand en het lokaal bestand.

Belgische omzetting

Het actiepunt 13 zal waarschijnlijk binnenkort worden omgezet in Belgische wetgeving. Dit kan afgeleid worden uit de algemene beleidsnota inzake fraudebestrijding die op 4 december 2015 werd ingediend in het parlement door de minister van financiën. In deze nota staat de minister ook stil bij de problematiek rond transfer pricing. De minister neemt zich voor om de land per land rapportering, het master en lokaal bestand te introduceren in België. Deze rapporten zullen verplicht overgemaakt moeten worden als afzonderlijke bijlagen bij de belastingaangifte. Daarnaast wil de minister de Cel Verrekenprijzen, de administratie belast met de controle van transfer pricing, versterken met extra ambtenaren en deze ambtenaren bijkomende en specifieke vormingen laten genieten zodat ze de strijd tegen transfer pricing beter kunnen aanbinden.

Enkele praktische bedenkingen

Om een zakelijke marge (het positieve verschil tussen de in- en uitgaande interesten) te bepalen op financieringsactiviteiten werd in het verleden in veel landen (Nederland, Luxemburg) een percentage op de hoofdsom van het uitgeleende bedrag toegepast (bijv. 1/4% tot 1/64%) en werd bovendien slechts een minimum aan substance vereist. Onder de nieuwe regels moet aan veel meer substance en risk vereisten voldaan zijn. Substance vereisten zullen o.m. betrekking hebben op samenstelling en expertise van de raad van bestuur, de vennootschap zal een voldoende hoog eigen vermogen moeten hebben, plaats van leiding, gekwalificeerd personeel, enz. De risk vereisten hebben betrekking op debiteurenrisico, wisselkoersrisico, marktrisico, operationeel risico, enz. (hoe meer risico hoe groter de marge). Dit behelst dus veel meer dan het louter toepassen van voormeld financieringspercentage. Zo zal ook bij discussies over winstallocaties tussen hoofdhuis en vaste inrichting, een correcte winstverdeling op basis van bijvoorbeeld een headcount (verhouding aantal personeelsleden hoofdhuis – vaste inrichting) niet meer voldoende zijn, maar zal er een functionele analyse (toegevoegde waarde bepalen van elk personeelslid binnen de organisatie) van het personeelsbestand nodig zijn. Noteer dat een gedocumenteerd transfer pricingbeleid ook nodig is voor andere dan financiële verrichtingen zoals aankoop- en verkooptransacties, dienstverlening aan groepsleden, toll-manufacturing, enz. Uiteraard mag nooit de relatie met andere belastingadministraties uit het oog verloren worden. Een winstcorrectie in land A moet uiteindelijk ook leiden tot een corresponderende correctie in land B, zo niet is dubbele belasting mogelijk.

Conclusie

Hoewel de Belgische fiscale wetgeving nog niet in overeenstemming is gebracht met de aanbevelingen van de OESO en de richtlijnen die uiteengezet zijn in de algemene beleidsnota inzake fraude van de minister van financiën, is het toch aangewezen dat kmo’s die aan internationale transacties met verbonden ondernemingen deelnemen, deze transacties goed documenteren en verantwoorden. Want, eens de Cel Verrekenprijzen versterkt zal zijn met extra manschappen, zal ze haar pijlen ook beginnen richten op kmo’s. Een gewaarschuwd man is er twee waard!

Gepubliceerd in VOKA – Ondernemers West-Vlaanderen, editie 12, 17 juni 2016

Terug naar overzicht
WEBSITE DOOR CONCEPTTOSCREEN